Reclame code
Reclamecode participaties in zeeschepen
Toepassingsgebied
Deze Code voor reclame voor participaties in zeeschepen ten behoeve van consumenten is van toepassing op alle vormen van reclame voor het investeren in zeeschepen door consumenten die belastingplichtig zijn voor de Inkomstenbelasting en die gebruik willen maken van de willekeurige afschrijving.
Deze Code laat bestaande wettelijke en zelfreguleringsverplichtingen, met name verplichtingen op grond van de Nederlandse Reclame Code en de Wet Oneerlijke Handelspraktijken, onverlet.
Op grond van de Nederlandse Reclame Code kunnen zowel consumenten als bedrijven en andere rechtsvormen een klacht indienen bij de Reclame Code Commissie. Bij de beoordeling van een klacht over reclame voor participaties in zeeschepen gericht op het gebruik van de willekeurige afschrijving kan de Reclame Code Commissie rekening houden met deze Code, die een branche-uitwerking vormt van de vereisten van professionele toewijding genoemd in artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code.
Algemene bepalingen
Deze Code verstaat onder:
Branche: het deel van het bedrijfsleven dat in Nederland is betrokken bij het structureren en aanbieden van participaties in zeeschepen met als doel het verwerven van voldoende eigen vermogen voor de financiering van het zeeschip.
Branche-organisaties
De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, hierna ‘de KVNR’ en Scheepsbouw Nederland middels haar Vereniging voor de Nederlandse Scheepswerven de VNSI.
Code: de in dit document vastgelegde Code voor reclame voor participaties in zeeschepen gericht op
het gebruik van de willekeurige afschrijving.
Consumenten: natuurlijke personen die in Nederland belastingplichtig zijn voor de Inkomstenbelasting.
Printuiting: reclame in kranten, brieven, magazines, tijdschriften, affiches, flyers, posters en ander drukwerk alsmede reclame in billboards, swanks, abri’s en mupi’s.
Reclame voor participaties in zeeschepen: iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing voor het participeren in de financiering van een zeeschip door consumenten waarvan de fiscale bepalingen mede gebaseerd zijn op de willekeurige afschrijving.
Willekeurige afschrijving: de op basis van artikel 13 van de uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001 toegestane afschrijving van de aanschaffings- of voortbrengingskosten.
Inhoud
Artikel 1
Reclame voor participaties in zeeschepen dient gericht te zijn op het investeren in zeeschepen als een bijdrage aan de Nederlandse economie en de Nederlandse maritieme bedrijfstak, waarbij de fiscale gevolgen secundair in de reclame aan de orde mogen komen.
Lid 2
Reclame voor participaties in zeeschepen mag niet misleidend en oneerlijk zijn.
Artikel 2
Reclame voor participaties in zeeschepen mag de volgende elementen niet prominent, bijvoorbeeld
als kop boven een advertentie of als inhoud van een radiospotje, voeren:
- Bedragen waarmee de hoogte van de fiscale gevolgen worden weergegeven;
- ‘meer terug dan je inleg’ en andere daarmee gelijk te stellen bewoordingen;
- ‘fiscaal aantrekkelijk’ en andere daarmee gelijk te stellen bewoordingen
Artikel 3
Lid 1
Reclame voor participaties in zeeschepen dient in begrijpelijk Nederlands gesteld te zijn. Daarbij dient juridisch en fiscaal vakjargon vermeden te worden, dan wel dient vakjargon gevolgd te worden door een heldere toelichting.
Lid 2
In ieder geval worden de volgende woorden en/of begrippen beschouwd als juridisch en/of fiscaal vakjargon als bedoeld in lid 1:
- Belastinglatentie
- Belastingclaim
- Belastingteruggave
- Initieel
- Internal rate of return en/of de afkorting IRR
- Ruling
- Samengesteld rendement
- Willekeurige afschrijving
Artikel 4
In reclame voor participaties in zeeschepen dient duidelijk kenbaar te zijn dat alleen consumenten die belastingplichtig zijn voor de Inkomstenbelasting en die gebruik willen maken van de willekeurige afschrijving in aanmerking kunnen komen voor deelname aan een of meerdere participaties.
Artikel 5
Lid 1
Iedere reclame-uiting voor participaties in zeeschepen, inclusief reclame die wordt uitgezonden op de radio of televisie, dient te zijn voorzien van de in het tweede lid vermelde slogan.
Lid 2
De in lid 1 bedoelde slogan luidt: ‘Raadpleeg voor u besluit tot investeren altijd het prospectus’.
Lid 3
De slogan ‘Raadpleeg voor u besluit tot investeren altijd het prospectus’ dient in een printuiting en in een reclame-uiting op internet, e-mail of die langs andere elektronische weg wordt verspreid, als volgt weergegeven te worden:
- horizontaal ten opzichte van de geschreven commerciële boodschap;
- onderaan de uiting en gescheiden van andere geschreven vermeldingen;
- in een lettertype dat goed leesbaar is en met een normale spatiering;
- op een wijze dat de vermeldingen duidelijk contrasteren met de achtergrond;
- in een lettergrootte die minimaal overeenstemt met de kleinste lettergrootte van de verstrekte informatie in
de reclameboodschap, met voor elk karakter (behoudens sub- of superscript* en andere bijzondere lettertekens)
de volgende minima:
a) Voor printreclame zoals drukwerk in kranten, tijdschriften, folders:
- voor reclameformaten kleiner dan A5: 1,5mm
- voor reclameformaten vanaf A5: 3mm
- voor reclameformaten vanaf A3: 4mm
- voor reclameformaten vanaf A2: 5mm
- andere formaten: in verhouding tot de hierboven opgegeven normen.
* = een manier van afdrukken waarbij karakters ongeveer tweederde boven (super) of onder (sub) de basislijn worden geprint.
b) Voor affiches:
- voor formaat A3: 5mm
- voor formaat A2: 7,5mm
- voor formaat A1: 10mm
- voor formaat ‘abribus’: 25mm
- voor affiches 10m2: 55mm
- voor affiches 16m2: 70mm
- voor affiches 20m2: 75mm
- voor affiches 36m2: 100mm
- andere formaten: in verhouding tot de hierboven opgegeven normen.
c) Voor websites geldt de volgende bepaling:
- De slogan wordt steeds vermeld op webpagina’s die een overzicht geven van de gedetailleerde kenmerken van het project.
Artikel 6
Lid 1
Reclame voor participaties in zeeschepen door middel van printuitingen of door middel van e-mail, internet of langs andere elektronische weg dient te zijn voorzien van het in lid 2 bedoelde logo.
Lid 2
Onderstaand is het in lid 1 bedoelde logo weergegeven:
Lid 3
Het in lid 2 bedoelde logo zal door de branche en de branche-organisaties bij reclame voor participaties in zeeschepen prominent op hun website geplaatst worden, waarbij op eenvoudige wijze kan worden doorgeklikt naar deze Code.
Artikel 7
Lid 1
Door middel van het gebruik van het logo en/of de slogan maakt een adverteerder duidelijk dat hij zich heeft verbonden tot naleving van deze Code.
Lid 2
Het niet nakomen door de adverteerder van deze Code maakt op grond van de wettelijke regelgeving dat de reclame als oneerlijk dient te worden bestempeld.
Artikel 8
De branche-organisatie ontvangt van een bij haar aangesloten lid onverwijld na het definitief worden van de inhoud van een reclame-uiting voor participaties in zeeschepen ten behoeve van een nieuw project een afschrift van de reclame-uiting langs elektronische weg.
Artikel 9
De branche-organisatie beoordeelt een van haar lid ontvangen reclame-uiting als bedoeld in artikel 8 op grond van deze Code en neemt onverwijld contact op met het lid indien de reclame-uiting naar haar mening niet voldoet aan deze Code.
Artikel 10
Indien overleg tussen de branche-organisatie en het lid over een op grond van artikel 9 betwiste reclame-uiting in de ogen van de branche-organisatie niet leidt tot een zodanige aanpassing van de inhoud van de reclame-uiting zodat voldaan wordt aan deze Code, zal de branche-organisatie een klacht indienen bij de Reclame Code Commissie.
Artikel 11
Indien de in artikel 10 bedoelde klacht of een klacht ingediend door een derde leidt tot een veroordeling door de Reclame Code Commissie die of in kracht van gewijsde is of die bij beroep door het College van beroep is bevestigd, kan de KVNR op grond van haar statuten aan haar desbetreffende lid een boete opleggen.
Artikel 12
Indien tegen een lid herhaaldelijk klachten zijn ingediend bij de Reclame Code Commissie, die herhaaldelijk hebben geleid tot een veroordeling ook na beroep, zal de branche-organisatie het betrokken lid ontzetten uit het lidmaatschap van de branche-organisatie.
Artikel 13
De Code treedt in werking op 1 januari 2011. Er geldt geen overgangstermijn. De Code eindigt bij het aflopen van de willekeurige afschrijving.
Artikel 14
De Code wordt ieder kwartaal geëvalueerd door de branche en de branche-organisaties.