Constructor

De Constructor is een diving support vessel. Dit type schip wordt ingezet bij onder water (subsea) werkzaamheden voor de offshore-industrie, zoals inspectie, installatie, onderhoud en reparatie. Het werkterrein van het schip is onder andere de
Noordzee en de Ierse zee.

Kenmerken

Vlag: Nederlands  Thuishaven:  Antwerpen
Lengte:  76 m  Breedte:  18 m 
Gross Tonnage:  3.578 Net Tonnage:  1.037
Draagvermogen:  12.227 DWT Brandstof:  560 m3
Ballast: 1.575 m3 Smeerolie: 11 m3
Laadruimen:  12 Dekkranen:  1 maal 100T 
Hoofdmotor:  2*1.430kw  Maximale snelheid  12kn 

Het schip

Het Schip wordt geklasseerd bij Lloyd’s Register of Shipping in Londen met de volgende notatie: LRS +100A1, +LMC, +DP(AA), Class II Offshore Support Vessel en gaat varen onder Nederlandse vlag. Met een lengte van 76 m, een breedte van 18 m en een diepgang van 4,5 m is het schip in staat om naast het subsea-onderhoud aan grote boorplatforms ook de  relatief kleine installaties in de Noordzee te bedienen. Het schip biedt accommodatie aan maximaal 70 opvarenden.

Apparatuur

De Constructor is uitgerust met moderne apparatuur om tegemoet te komen aan de eisen die de offshore-industrie aan dit type schip stelt:

  • Air Diving Systeem
    Duikwerkzaamheden tot max. 50 m diep worden uitgevoerd door duikers die met het schip verbonden zijn via een  zogeheten ‘umbilical’. Dit is de navelstreng die de duiker met het Schip verbindt en hem voorziet van lucht, stroom en data- en videocommunicatie. Deze umbilical maakt onderdeel uit van het Air Diving System.
  • TUP Diving System®
    Het gepatenteerde TUP Diving System® verplaatst drie duikers onder druk in een gesloten duikbel tot maximaal 100 meter diep. Bij het TUP Diving System® is de decompressie zo ingericht dat er geen tussentijdse oppervlakte-interval meer nodig is. Dit vermindert de kans op decompressieziekte en verhoogt de tijd om onder druk te kunnen werken aanzienlijk. Het principe: eenmaal op de juiste diepte aangekomen, wordt met trimix gas de benodigde druk bereikt waarna maximaal twee duikers de bel kunnen verlaten om hun werk te doen. De derde duiker blijft stand-by in de duikbel. Als het werk klaar is, komen de duikers weer naar binnen en wordt tijdens het opstijgen de druk in de duikbel teruggebracht tot de eerste decompressiewaarde. Eenmaal boven water, wordt de duikbel aangesloten op  een transferkamer die op gelijke druk wordt gebracht als in de duikbel. De drie duikers kunnen vervolgens via de transferkamer naar het eerste compartiment van de decompressiekamer om daar de decompressie te ondergaan. De duikbel staat daarmee weer ter beschikking van een nieuwe ploeg duikers. Het TUP Diving System® is door Noordhoek zelf ontwikkeld en gebouwd in samenwerking met werkmaatschappij Seatec Underwater Systems B.V.
  • Saturation Diving System
    Een Saturation Diving System maakt het mogelijk om de duikers voor een periode van maximaal 28 dagen onder dezelfde druk te laten opereren als de druk op de zeebodem tot een diepte van max. 200 meter. Hierdoor is langdurige decompressie na elke duik niet meer noodzakelijk. Dit verhoogt de productiviteit van de duikers en verlaagt de risico’s.
  • Remote Operated Vehicle (ROV)
    Een ROV is een op afstand bestuurbare onbemande robot die wordt ingezet voor constructie-, inspectie- en  onderhoudswerkzaamheden. ROV’s zijn uitgerust met meet- en manipulatie-instrumenten en kunnen ook in samenwerking met duikers worden ingezet. Een umbilical voorziet ook hier in de aandrijving, besturing en video- en datacommunicatie.
  • Remote Operated Towed Vehicle (ROTV)
    ROTV’s worden niet alleen voor inspectiedoeleinden ingezet maar ook om geofysische data te verzamelen van de zeebodem. Deze data zijn noodzakelijk om kabels en pijpleidingen optimaal te positioneren. De ROTV is voorzien van een sidescan sonar, een magnetometer en een subbottomprofiler, waarmee bijvoorbeeld de staat en de ligging van een pijpleiding in kaart kan worden gebracht. Een magnetometer is in staat om een leiding die onder het zand ligt op te sporen en te volgen. De subbottomprofiler brengt de bodem rond een leiding in kaart en laat mogelijke grondverschuivingen zien. Met een echolood kan de afstand tot de bodem en de leiding worden gecontroleerd.
  • Dynamic Positioning Systems
    Het schip wordt uitgerust met meerdere Dynamic Positioning Systems, waaronder twee DGPS (Differential Global Positioning System) systemen, een hydroaccoustisch systeem, drie gyrokompassen, een laserscansysteem en twee windsensoren. Hiermee wordt het schip zeer nauwkeurig op de exacte locatie gehouden.

Meer weten




Contact


Downloads